
Dichter(s)bij

Rutger Hendrik Rudi van den Hoofdakker was een Nederlandse psychiater, dichter en schrijver. Hij overleed in 2012. Kopland is zijn pseudoniem. Hij was al lang met poëzie bezig en debuteerde in 1966 met zijn bundel Onder het vee. Later zou hij nog tal van werken publiceren en zouden nog tal van bundels over zijn werk verschijnen. Hij is vooral bekend vanwege zijn anekdotische doch realistische gedichten en is een van Nederlands meest bekende dichters.
Hij heeft verscheidene onderscheidingen gekregen, waaronder: de Jan Campert-prijs (1969), de Herman Gorterprijs (1975), de Paul Snoekprijs (1986), de P.C. Hooft-prijs (1988), de VSB Poëzieprijs (1998), een Eredoctoraat aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht (1999) en een Eredoctoraat aan de Universiteit Utrecht (2002).
Ik las een aantal van zijn werken en koos onder meer uit volgende lijst: https://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=kopl001 en uit de gedichtenbundel Geluk is gevaarlijk. De mooiste gedichten van Rutger Kopland.
Terugkerend thema's in zijn werk zijn de vergankelijkheid van de dingen en het voorbijgaan van het moment. Dit werd vaak geïnspireerd door zijn ervaringen in het dagdagelijkse leven. Hieronder zal ik een aantal gedichten oplijsten die me zijn bijgebleven of me bijzonder opvielen, en die aansluiten bij die thema's.
1. Muurgedicht Een lege plek om te blijven in den Haag:
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege plek voor iemand, om te blijven.
Het gedicht handelt denk ik over verlies en rouw. Zo zorgt het verlies van een persoon (overleden of weggegaan) voor een lege plek die opnieuw moet worden opgevuld. Dit kan voor een individu, bijvoorbeeld door het vinden van een nieuwe liefde of het krijgen van een nieuw kind, zonder dat die de plek van de verloren persoon inneemt. Aan het einde van het gedicht wil hij zelf zo'n lege plek zijn. Dit kan wijzen op het willen eindigen van een leven dat rijk is geweest en klaar is om ruimte te bieden aan iemand anders.
2. Uit de bundel Geluk is gevaarlijk: De dwaas bij het raam.
Dagen en dag, alleen bij het raam,
denkt die dwaas met zijn vreemde gedachten, denkt wat hij wil.
Maar niemand wil iets weten,
ze weten alleen hij is dwaas
en wat hij denkt is geen antwoord.
Maar de dwaas bij het raam hij kijkt over de stad
naar de klok van de kerk en de tijd gaat voorbij.
Het gaat voorbij, als een hoofd in de mist.
De man met zijn duizend gedachten die duidelijk weet
wat niemand wil weten, bij
iedere slag, die hij hoort weet
wat hij verliest en verloor,
de dwaas bij het raam hij kijkt over de stad
naar de klok van de kerk en de tijd gaat voorbij.
En niemand kijkt of schijnt
te kijken naar wat hij ziet
en niet kan laten zien.
Dit gedicht handelt niet over een dwaas in letterlijke zin, maar in figuurlijke. Het gaat denk ik over iemand die zijn leven voorbij heeft laten gaan zonder er iets mee te doen of zonder iets te bereiken. En nu willen de anderen ook niet meer naar hem luisteren, terwijl hij misschien leerrijke verhalen te verkondigen heeft.
3. Uit de bundel Tirade: Reis.
dagen vol te schrijven. Lege
dagen vol wegen zijn het.
Natuurlijk heb je je gedachten maar
zij blijven achter in de schaduw
van platanen met de morsige resten
in een vluchtig geledigd glas
met de zwaluwen in hete lucht
over daken waaronder je nooit was.
Ik wil maar zeggen, natuurlijk
heb je je gedachten maar niets
maakt leger en meer verlaten
dan wat je achter je liet.
Trouwens gedichten zijn geen
gedachten maar woorden die
je beschrijven zoals een landkaart
een landschap niet afbeeldt
maar oproept, uit een dag
vol wegen de enige die je ging
door een web van verlangens
zonder te weten waarom maar
altijd naar het kleine plein
van de vrede.
Daar zal ik je weerzien misschien,
het zal markt zijn, je zult staan
tussen talloze vrouwen, aarzelend
zoals jij, waarin ik je herken en
zeggen zonder te weten waarom
in dit zachte hemd wil ik
met je slapen.
In dit gedicht beschrijft Kopland het gemis bij het vertrek van een geliefde. Het gaat hier niet om een eeuwig afscheid, maar de tijd die verstrijkt tussen vertrek en wederkomst lijkt een eeuwigheid te duren. De schrijver mijmert over het gemis en denkt terug aan de eerste keer dat ze elkaar ontmoetten. Hiermee wordt de cirkel gesloten, de ontbrekende geliefde zal terugkeren en dit zal de liefde opnieuw doen bloeien. Ik denk dat hiermee bedoelt wordt dat afstand en gemis de liefde tussen twee personen wel eens kan versterken. Tevens kan een persoon ook tot het besef komen iemand heel graag te zien, terwijl deze vertrokken en dus buiten bereik is.
4. Uit de bundel Geluk is gevaarlijk: Wandeling
Onze gesprekken werden langzaam
onze vragen beantwoordden we met kijken
naar de langzame wereld om ons heen
de dorpen en landerijen in de diepte
de vogels bijna verdwijnend in de hemel
we gingen zitten kijken naar deze prachtige
onverschilligheid van de wereld
naar de overbodigheid van onze vragen
Wat belangrijk is in de wereld vervaagd soms met het aantal vragen dat je hebt. Zo is de schoonheid in het leven soms heel eenvoudig, maar je moet het kunnen zien. Je moet kunnen inzien wat echt belangrijk is en dat zijn soms de kleinste dingen.
5. Uit het tijdschrift De Revisor: Plaatsen, passages XII.
Geef mij maar de brede, de trage rivieren
de bewegingen die je niet ziet, maar vermoedt
de drinkende wilgen, de zinloze dijken,
een doodstille stad aan de oever.
Geef mij maar de winter, het armoedige
landschap, de akker zonder het teken
van leven, de kracht van krakende heide.
Geef mij maar de kat als hij kijkt voor
hij springt om te vluchten, te vechten,
te jagen, te paren, als hij kijkt.
Geef mij maar het paard in galop maar
van hout, op zijn zij in het gras.
Geef mij maar een vraag en geen antwoord.
Soms is het belangrijker om dingen niet te weten en je af te vragen hoe iets zou zijn of wat er zou gebeuren. Nieuwsgierigheid is de geboorte van alles dat nieuw is. Door te denken en te filosoferen bereik je veel meer dan wanneer de antwoorden klaarliggen en je ze slaafs overneemt. Nieuwsgierigheid geeft aanleiding tot fantasie en zonder fantasie zou de wereld maar heel saai zijn.
Tot slot zal ik een van zijn gedichten inhoudelijk van dichtbij bekijken. Dit gedicht is me vooral bijgebleven omdat ook ik gefascineerd ben door de tijd. Daarnaast doet het me denken aan de theorie van Gustav Jung over het collectief geheugen.
Uit de bundel Geluk is gevaarlijk: Tijd.
Tijd - het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is
en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven
zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg
zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen
het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken
dat ooit niemand meer zal weten
dat we hebben geleefd
te bedenken hoe we nu leven, hoe hier
maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder
de echo's van de onbekende diepten in ons hoofd
niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik
buiten onze gedachten is geen tijd
we stonden deze zomer op de rand van een dal
om ons heen alleen wind
Tijd is iets dat we niet kunnen aanraken, het is iets mysterieus. Toch bestond tijd al voor de mens en zal het lang na ons bestaan, ook al is de term zelf gefabriceerd door de mens. Kopland lijkt hier te suggereren dat er een soort collectief geheugen bestaat waaruit de mens en andere levende wezens putten. Een oeroude kracht die ons lijkt voort te stuwen in ons doen en laten, en ergens ook een dieper besef lijkt mee te geven. Het leven is vergankelijk, maar tijd niet. Er is veel geweest en er zal nog veel komen, daar hebben wij als individu niet veel vat op. Niemand zal ons echt kennen of weten wie we zijn. Alleen diegenen die deze tijd samen met ons beleven kennen ons en weten wat wij met onze tijd gedaan hebben. Met andere woorden vullen wij onze tijd in zoals we dat zelf willen en kunnen we daar zelf betekenis aangeven. Dit alleen voor onszelf. Die betekenis zal later niet gekend zijn, nochtans zullen anderen een gelijkaardige of dezelfde betekenis aan dingen gegeven hebben. Dit zorgt voor een verbinding doorheen de tijd die niets anders betekent dan dat. Dat is de wind die Kopland beschrijft wanneer hij op de rand van het dal stond. Hij keek in de leegte van het dal, maar werd gevuld met een gevoel door de wind die hij voelde.
Dit is een verwoording van hoe ik het gedicht inhoudelijk zou verklaren. Natuurlijk is zoiets heel subjectief en legt iedereen andere accenten, en geeft dus ook andere betekenissen aan de dingen. Ik hoop dat ik voldoende heb kunnen duiden wat het gedicht mij inhoudelijk vertelt.
In memorian

Mijn grootvader overleed op 23 februari 2020, een maand nadat hij 97 is geworden. Ik ben echter te laat beginnen te beseffen hoe hard ik op hem lijk en hoeveel ik nog van hem zou hebben kunnen leren. Spijt komt altijd te laat.
Ik herinner me echter wel nog goed de verhalen die hij vertelde, die gingen ofwel over de oorlog ofwel over mijn overgrootouders. Ik luisterde graag. Hij heeft veel meegemaakt in het leven: WOII, mijn grootmoeder (de liefde van zijn leven), mijn nonkel, omscholing van diamantslijper naar ploegbaas in de bouw, de val van de Onze-Lieve-Vrouwe-Kathedraaltoren, mijn vader, de beroerte van mijn grootmoeder en haar verlamming, de 10-jarige zorg voor haar, het verlies van de liefde van zijn leven en uiteindelijk zijn verhuis naar het rusthuis. De voorbije vijf jaar begon hij zich steeds minder te herinneren en verstond hij ons slechter en slechter. Op het einde kon hij me zelfs niet meer herkennen. Hij vroeg al lang om te gaan. Hij was de enige van de oudere generatie die nog overbleef, en als oudste zoon vond hij dat onnatuurlijk. Maar bovenal wilde hij graag naar Mia, mijn grootmoeder. Zij was het grootste gemis.
Ik schreef dit gedicht voor zijn begrafenis.
Een dag
Wie herinnert zich een dag
een dag van geluk, van droefheid of van liefde.
Dagen vullen het leven,
verhalen vullen dagen.
Een verhaal begint,
het neemt bochten en klimt over obstakels.
Het kabbelt verder,
maar weet niet goed in welke richting.
Het krijgt inhoud door daden en gevoelens,
en krijgt daardoor een diepere betekenis.
Vriendschappen worden gebouwd,
liefde bloeit en ebt weg.
Het verhaal hoeft niet alles te bereiken om vervullend te zijn,
vervulling is niet alles bereiken.
Het is het leven leven zoals jij dat het beste kan.
Het zijn die heel goede en mindere dagen die tellen.
De dagen die je vult met wie je liefhebt.
De dagen die jou het gevoel geven te leven.
De dagen die verdriet brengen.
En de dagen die liefde brengen.
Wij zijn slechts een dag met jou verloren, want
morgen ...
morgen zien we je weer ...
In onze gedachten, in onze herinneringen,
maar vooral in onze harten.
Daar blijf jij bij ons
en wij bij jou.
- Isabelle Van Dooren (29 februari 2020)